Nathalie Deboel over het jaar 1985

Hoe oud was je in 1985 en wat deed je in die periode?

“Ik was toen 15 jaar oud en ik studeerde Sportwetenschappen aan het Koninklijk Atheneum te Gent. Mijn ouders waren beide aan het werk als zelfstandige, waardoor ze niet veel controle uitoefenden over mij en ik genoot van een enorme vrijheid. Aangezien we in die tijd nog niet beschikten over een mobiele telefoon, had vrijheid natuurlijk nog een andere dimensie. Bovendien speelde ik toen tennis op competitieniveau. Omdat ik zoveel tijd spendeerde aan de sport, speelde mijn sociaal leven zich grotendeels af rond het clubhuis en het tennisterrein. Voor de rest bleef er helaas maar weinig tijd over voor andere activiteiten. Er werd heel wat discipline verwacht en de vele wedstrijden eisten hun tol. De constante competitie gaf me niet meer de juiste positieve stimulans en ik voelde me er niet meer gelukkig. Door de hoge druk op jonge leeftijd en het gebrek aan professionele begeleiding heb ik mijn raket rond mijn zeventiende officieel aan de haak gehangen. Ik bleek steeds meer interesse te hebben voor een diepgaander leven, en mijn oog voor schoonheid bleek te hard beperkt te worden in de sportwereld. En zo ontstond in die periode mijn interesse voor interieur, architectuur en kunst. Ik vond rust terug in mijn eigen leefwereld en ik veranderde de meubels in mijn jeugdkamer wekelijks van plaats. De keuze van behang en gordijnen werd plots heel erg belangrijk en op elkaar afgestemd. Nadat ik was afgestudeerd in het Atheneum, startte ik de opleiding Interieurarchitectuur aan Sint-Lucas in Gent. Er ging een nieuwe wereld voor mij open. Ik voelde me herboren en ik kon terug ademen, dromen en me verdiepen in een rijkere en interessantere wereld.”

Marcel Breuer, Long Chair, ca. 1935-1936 public domain
Hoe beleefde je die periode persoonlijk?

“Ik stond heel sterk in mijn schoenen door de sportopleiding, was heel zelfstandig en organiseerde mijn leven heel onafhankelijk. Ik had veel interesses, maar er ontbrak veel in mijn emotioneel leven, waardoor ik vrij onzeker was en toch best wel gevoelig. Hoewel ik nog niet echt een idee had hoe ik daar een antwoord op kon bieden, was ik gelukkig wel goed omringd. Mijn vrienden hadden een grote invloed op mij: door met hen om te gaan, kwam ik vaak op onbekende terreinen, wat zeker mijn interesse in mooie zaken heeft beïnvloed. En natuurlijk vonden we het soms ook weleens leuk om kattekwaad uit te halen. Voor de rest was ik vrij grappig en altijd opgewekt! Ik dacht oprecht dat Live Aid de wereld zou verbeteren en ik geloofde absoluut in de goedheid van de mensen.”
“Van mijn grootmoeder kreeg ik mee dat ik als vrouw onafhankelijk moest zijn en mijn eigen boontjes moest kunnen doppen”
Waar haalden ontwerpers vroeger hun inspiratie vandaan?

“In 1985 haalden ontwerpers hun inspiratie voornamelijk uit boeken, vakliteratuur, gespecialiseerde interieurmagazines, exposities en vakbeurzen. Architecten en decorateurs hadden hier toegang toe en wisselden informatie uit via artikels die ze zelf schreven over hun eigen werk. In de jaren ‘30 schreven onder andere architecten Le Corbusier en Robert Mallet-Stevens hun visie neer in teksten en artikels, die dan weer werden opgepikt door geïnteresseerde klanten enz. Dit was een belangrijke vorm van communicatie om een groot publiek te bereiken. Ook internationale vakbeurzen in Parijs en Londen bestaan al sinds begin vorige eeuw.”
Links: Ludwig Mies van der Rohe © Hugo Erfurth, Public domain, via Wikimedia Commons | Rechts: Phillippe Starck © jikatu, CC BY-SA 2.0, via Wikimedia Commons
Op welke manier ontwikkelde je je eigen interieurstijl?

“Dankzij mijn studies in Interieurarchitectuur en mijn enorme interesse in kunst, geschiedenis en architectuur, kwam ik terecht in een bad dat al mijn aandacht opslorpte en me enorm stimuleerde om te studeren. Ik had eindelijk mijn domein gevonden en besefte dat ik thuis hoorde in de wereld van interieurs. Ik verslond boeken en was kind aan huis in gespecialiseerde boekhandels. Omdat ik nog geen budget had om veel boeken te kopen, kon je me dan ook uren terugvinden in de bibliotheek. Mijn grote voorbeelden in die tijd waren de architecten Andrée Putman, Aldo Rossi, Carlo Scarpa, Charlotte Perriand, Mies Van der Rohe en ontwerper Philippe Starck. Toch is mijn eigen stijl de afgelopen jaren enorm geëvolueerd en gegroeid, onder andere naargelang de klanten waar ik al voor heb mogen werken.”

Benieuwd naar het volledige artikel én naar Nathalies favoriete song uit 1985? De herfst/winter-editie van Real Living is beschikbaar via shop.imagicasa.be.

Blijf je graag op de hoogte van het beste dat België te bieden heeft qua architectuur, interieur, vastgoed, lifestyle en meer? Volg dan @realliving_magazine op Instagram voor een dagelijkse dosis inspiratie.

Auteur: Carolien Depamelaere
Fotografie: startbeeld: Nathalie Deboel © Zeger Garré